Het klopt niet meer zoals vroeger
Een man van 74 leest al zijn hele leven de krant van voor naar achter. Sinds zijn depressie is dat niet meer gelukt — na een paar zinnen is hij de draad kwijt en moet hij opnieuw beginnen. Zijn dochter vreest dementie. De behandelaar stelt gerust: dit hoort bij de depressie, niet bij een geheugenziekte.
Cognitieve klachten — problemen met concentratie, geheugen, planning of verwerkingssnelheid — komen veel vaker voor bij psychiatrische aandoeningen dan vaak wordt aangenomen. Bij depressie, schizofrenie en andere stoornissen staan stemming of psychotische symptomen doorgaans centraal in de behandeling, terwijl de cognitieve gevolgen minstens zo bepalend zijn voor het dagelijks functioneren.
Bij ouderen is dit extra ingewikkeld. Cognitieve klachten door een depressie kunnen sterk lijken op een beginnende dementie — een fenomeen dat in de ouderenpsychiatrie bekendstaat als pseudodementie. Het verschil is klinisch relevant: waar dementie in de regel geleidelijk verergert, kunnen cognitieve klachten door een depressie verbeteren wanneer de depressie zelf behandeld wordt.
Waarom dit vaak onderbelicht blijft
In de behandeling van stemmingsstoornissen en psychotische stoornissen ligt de nadruk begrijpelijk op de kernsymptomen: somberheid, wanen, hallucinaties. Cognitieve klachten krijgen daardoor vaak een secundaire plaats, terwijl ze het functioneren in het dagelijks leven sterk kunnen beïnvloeden — van het volgen van een gesprek tot het plannen van een dag.
Waarom dit ertoe doet voor GGZ-professionals: Cognitieve klachten die onbehandeld blijven, kunnen de behandeling van de onderliggende stoornis in de weg zitten — bijvoorbeeld wanneer iemand moeite heeft om afspraken te onthouden of instructies te volgen. Aandacht voor cognitie ondersteunt daarmee de behandeling als geheel.
Een vrouw van 66 met schizofrenie heeft haar psychotische klachten al jaren goed onder controle met medicatie. Toch lukt het haar niet om haar week te plannen — boodschappen, afspraken, medicatie-inname raken door elkaar. Niet de wanen zijn hier het probleem, maar de cognitieve functies die daaronder liggen.
Cognitieve training als aanvulling
Cognitieve training vervangt medicatie of therapie niet, maar kan er wel naast staan — als een laagdrempelige, structurerende activiteit die de cognitieve functies oefent zonder de behandeling van de onderliggende stoornis te vervangen. Voor cliënten in de ouderenpsychiatrie biedt het bovendien een vaste, voorspelbare activiteit binnen een dag die door de stoornis zelf al onvoorspelbaar kan aanvoelen.
De kern: Structuur en een klein, haalbaar succesmoment kunnen voor iemand met een psychiatrische aandoening net zo waardevol zijn als voor iemand met een geheugenziekte — al is de onderliggende oorzaak volledig anders.
Wat dit betekent in de praktijk
Houd rekening met wisselende dagen. Bij psychiatrische aandoeningen kunnen symptomen sterker fluctueren dan bij bijvoorbeeld dementie. Een activiteit die flexibel is in duur en niveau, past zich aan een mindere dag aan zonder dat dit als falen voelt.
Vermijd nadruk op competitie of falen. Bij depressie is zelfwaardering vaak al kwetsbaar. Een activiteit die successen benadrukt in plaats van fouten, sluit beter aan dan een puur prestatiegerichte opzet.
Bied het aan als vast onderdeel van de dagstructuur. Juist bij een verstoord dag-nachtritme of weinig activiteit kan een terugkerend, kort moment van cognitieve training bijdragen aan houvast — los van de inhoud van de oefening zelf.