Als het woord niet komt

Een vrouw van 68 wijst naar de keuken en zegt: "Ik wil... dat ding waarmee je... het warme..." Ze weet precies wat ze bedoelt. Ze weet hoe een waterkoker eruitziet, waar hij staat, waarvoor hij dient. Alleen het woord zelf komt niet. Na een paar pogingen zwijgt ze, gefrustreerd, en pakt hem zelf maar.

Afasie is een taalstoornis die ontstaat door hersenletsel, meestal een beroerte (CVA) in het taalgebied van de hersenen. Het is geen intelligentieprobleem — iemand met afasie weet vaak precies wat hij wil zeggen, maar het lukt niet om de woorden te vinden, te vormen, of te begrijpen wat een ander zegt. Afhankelijk van het type afasie kan het spreken, het begrijpen, het lezen of het schrijven zijn aangedaan, in allerlei combinaties en gradaties.

Afasie komt vaker voor dan veel mensen denken. In Nederland leven naar schatting 450.000 mensen die ooit een beroerte hebben gehad — en een aanzienlijk deel van hen houdt, tijdelijk of blijvend, een vorm van afasie over.

Meer dan alleen woorden

Taal is het middel waarmee mensen zich verbinden met anderen. Wanneer dat middel hapert, raakt dat niet alleen de communicatie zelf, maar ook het contact, het gevoel van eigenwaarde en het risico op sociaal isolement. Mensen met afasie trekken zich soms terug uit gesprekken — niet omdat ze niets te zeggen hebben, maar omdat het te veel moeite en frustratie kost.

Waarom dit ertoe doet voor logopedisten: Afasietherapie is intensief en vraagt veel concentratie van de cliënt. Een aanvullende activiteit die niet volledig op taal leunt, geeft ruimte voor oefening zonder de constante confrontatie met wat (nog) niet lukt.

Waar cognitieve training bij aansluit

Logopedie richt zich direct op de taalfunctie: woordvinding, zinsbouw, begrip. Onder die taalfunctie liggen echter ook meer algemene cognitieve functies — aandacht, concentratie, geheugen en verwerkingssnelheid — die bij een beroerte vaak eveneens zijn aangetast en die de taalrevalidatie mede beïnvloeden.

Niet-verbale cognitieve oefeningen — het herkennen van patronen, het onthouden van volgordes, het matchen van afbeeldingen — vragen niet om gesproken of geschreven taal om de opdracht te begrijpen. Dat maakt ze toegankelijk, ook op momenten dat woordvinding zwaar valt, en geeft een cliënt de kans om iets te laten lukken zonder dat taal daarbij de horde is.

Een man van 72 met ernstige afasie kan een gesprek amper volhouden zonder uitgeput te raken. Diezelfde middag speelt hij, geconcentreerd en zonder één woord te hoeven zeggen, een geheugenspel met foto's — en glimlacht wanneer hij een rij goed heeft.

De kern: Cognitieve training vervangt de logopedie niet — het is een aanvulling die inspeelt op de onderliggende cognitieve functies, op momenten dat taal zelf even niet het middel hoeft te zijn.

Wat dit betekent in de praktijk

Kies voor eenvoudige, visuele instructies. Een opdracht die uit te leggen is met een plaatje of een voorbeeld, in plaats van met veel gesproken tekst, is voor mensen met afasie het toegankelijkst.

Bouw in dat verbale respons niet verplicht is. Activiteiten die met tikken, aanwijzen of selecteren te bedienen zijn, sluiten aan bij wat wél lukt, ook wanneer spreken zwaar is.

Houd sessies kort. Vermoeidheid is een veelgehoorde klacht na een beroerte, zeker in combinatie met de extra inspanning die communiceren kost. Korte, regelmatige momenten werken beter dan een lange sessie.

Benieuwd hoe Memento dit concreet invult? Lees ook: Memento voor logopedie en afasie.